Ons kasteel staat in Minas Tirith, de witte stad die bestaat uit zeven niveaus; aarde – water – lucht – vuur – ether- manas en atman. Op het hoogste niveau staat de toren van Ecthelion met het plein waar de witte boom van Valar staat. Op het diepste niveau herbergt het kasteel een zevenpadig labyrint.


Het labyrint laat je de weg zien van je noodlot en van je levenspad. Elke keer dat je van dat pad afwijkt beland je in het doolhof. Dit zijn de onzichtbare keuzemomenten in het leven. Als je de juiste keuze neemt en de rode draad blijft volgen, ook al leidt dat je naar onbekende wegen en betekend het dat je je meest duistere angsten onder ogen moet zien, kom je een niveau hoger in bewustzijn en dringt verder in je innerlijk door. Hierin zit de paradox dat je soms terug moet om vooruit te kunnen gaan en de diepte in moet om de hoogte in te kunnen. Dit maakt het labyrint tot een driedimensionaal pad, dat op een plat vlak niet compleet te begrijpen valt. Het labyrint is de juiste weg in het doolhof.
Wie zijn lot niet onder ogen durft te zien beland onherroepelijk in het doolhof. Wie het monster in de ogen durft te kijken en de draad van Ariadne blijft volgen komt telkens een niveau hoger in de zeven lagen van het driedimensionale labyrint, tot hij het centrum bereikt. De clou is om van daar terug te komen. De held is pas een werkelijke held als hij uit de onderwereld terugkeert om met zijn nieuw verworven wijsheden koning te worden en te heersen over zijn eigen leven, hier en nu, in dit lichaam.